Casuïstiek in de tandartsenpraktijk

Is blootstelling aan geluidproducerende apparatuur in de tandartsenpraktijk schadelijk voor het gehoor?

Antwoord van B. Sorgdrager, klinisch arbeidsgeneeskundige, poli Gehoor & Arbeid,  Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, Coronel Instituut, AMC, Amsterdam.
 

Tandartsen, tandartsassistenten en mondhygiënisten werken met lawaaiproducerende apparatuur. De vraag is of de blootstelling aan lawaai schadelijk is voor het gehoor. Het geluid in de tandartspraktijk is afhankelijk van de gebruikte apparatuur. Veel boor- en slijpapparatuur leveren hoogfrequent geluid, zuigapparatuur wat meer laagfrequent. Er zijn geen Nederlandse gegevens gepubliceerd. Brusis e.a. (2008) hebben in Duitse praktijken geluidniveaus geïnventariseerd, die representatief lijken voor de Nederlandse situatie. Het blijkt dat het zuigapparaat het meeste geluid produceert. De dagelijkse blootstellingdoses liggen tussen de 70 en 77 dB (A). Incidenteel zijn niveaus boven de 80 dB gemeten. De tijdsduur van intensief gebruik van apparatuur verklaart de spreiding. In een normale praktijk worden geen niveaus van boven de 80 dB (A) bereikt, zo concluderen de Duitse onderzoekers.
De mondhygiënistenpraktijk levert op zich dus niet veel risico op. Het risico van lawaaischade bestaat wel wanneer er sprake is van een optelsom van blootstellingen. Bijvoorbeeld blootstelling aan lawaai in de privésfeer (harde muziek luisteren). Een ander punt van aandacht is de beleving van het hoogfrequente geluid. Het wordt doorgaans als hinderlijk ervaren en kan effecten geven als stress en onrust. Mogelijk voorkomt comfortabele gehoorbescherming deze nadelige effecten.